Stichting Stiefgezinnen Nederland

Biologische en stiefkinderen

Voor biologische kinderen en stiefkinderen betekent de komst van de nieuwe partner van hun ouder het begin van veel nieuwe veranderingen. Dit is pittig voor kinderen want zij houden doorgaans niet van veranderingen. Voor biologische kinderen en stiefkinderen in het stiefgezin ligt de situatie anders dan bij hun verliefde ouders. De kinderen zijn niet verliefd en zitten in veel gevallen niet te wachten op een nieuwe ‘ouder’.
Bovendien koesteren de meeste kinderen na echtscheiding de droom dat hun ouders weer bij elkaar zullen komen. Als een van hun ouders een nieuwe partner vindt, betekent dit dat de kans dat hun ouders weer bij elkaar komen nog veel kleiner is geworden.

Kinderen waarvan de ouder overleden is, zijn vaak door rouw nog niet in staat om hun stiefouder in hun leven toe te laten. Ze worstelen in het begin meestal, openlijk of in stilte, met de vraag of hun ouder de overleden ouder vergeten is. Een weduwe of weduwnaar met de nieuwe partner schrikt vaak van deze gedachtegang. Als (stief)ouder is het dan belangrijk je te realiseren dat de mens meerdere partners kan hebben maar dat je als kind maar 1 biologische vader en moeder hebt.

De vraag in welke leeftijd een kind het meest moeite heeft met de vorming van een stiefgezin is niet makkelijk te beantwoorden. Dit hangt vooral af van het karakter, de geschiedenis, de ervaringen en de houding van beide ouders van het kind.

  • Heel jonge kinderen accepteren doorgaans makkelijker een nieuwe stiefouder, maar kunnen deze soms ook pijnlijk afwijzen in vastklampgedrag aan de biologische ouder.
  • Basisschoolkinderen willen meestal graag ‘gewoon’ zijn en reageren in eerste instantie positief. Als het dan tot samenwonen komt, zijn ze vasthoudend aan het oude systeem.
  • Pubers zijn bezig zichzelf en hun sexualiteit te ontdekken en kunnen zich erg schamen voor hun verliefde ouder. Daarnaast zijn zij bezig zich lost te maken van het gezin, terwijl het startende gezin juist streeft naar saamhorigheid. Sommige pubers kunnen al een hele klus voor hun biologische ouder zijn, laat staan voor hun stiefouder. Bij de stiefouder is de irritatiegrens namelijk sneller bereikt door het gemis van de bloedband.
  • Adolescente kinderen, al dan niet uit huis wonend, kunnen nog verrassend regeren op de komst van een nieuwe partner van hun ouder. Natuurlijk zijn ze in de meeste gevallen blij dat hun ouder niet meer alleen is, zeker wanneer er geen kinderen meer in huis zijn. Maar adolescenten kunnen ook heel kritisch zijn. Zij beoordelen soms mee of de nieuwe partner wel echt iets is voor hun ouder, of hun ouder er wel echt op vooruit gaat, zichzelf niet verliest of verlaat. En als ze thuis komen, willen ze graag weer even thuis, op het vertrouwde nest, zijn en kunnen ze de nieuwe stiefouder soms moeilijk accepteren.

Luister en praat met (stief)kinderen en (stief)jongeren

Voor de biologische ouder
Zorg voor duidelijkheid:

  • Zoek een goed moment om te praten, op een rustige plek waar jullie niet gestoord worden.
  • Bereid kinderen voor op verandereingen en dingen die komen gaan, bijv. de kennismaking met je nieuwe partner, samenwonen, verhuizen, feestdagen met tradities, verjaardagen, nieuwe regels, etc.
  • Vertel het op de manier die bij hun leeftijd past, vertel wat de reden is en ook wat het voor het kind gaat betekenen.

Zorg voor veiligheid:

  • Luister goed en met aandacht naar de reactie van het kind. Blijf rustig vooral als de reactie negatief is en vraag vriendelijk door met ‘want…. ‘
  • Verplaats je in de wereld van het kind en heb begrip.
  • Je bent verliefd en daardoor geneigd om geen kritiek te willen horen op je nieuwe partner. Zet je hier overheen en luister, zeg dat je het kind zult helpen om aan de nieuwe situtatie te wennen.
  • Zeg dat je van het kind houdt en dat hieraan niets verandert.
  • Vraag of het kind een oplossing weet of iets dat het makkelijker maakt met het probleem om te gaan. Geef eerlijk antwoord wat wel en niet kan
  • Kinderen kunnen behoefte hebben om op deze manier in gesprek te gaan. Zeker ook wanneer ze op het punt staan het ouderlijk huis te verlaten of wanneer ze nog niet zolang op zichzelf wonen.

Besef dat jij als biologische ouder de sleutelpositie hebt om je kind en je nieuwe partner dichter bij elkaar te brengen.

Voor de stiefouder:

  • Stel je in het begin op als een vriendelijke buurman/-vrouw en maak contact met het kind. Laat de opvoeding aan de biologische ouder over tot er een vertrouwensband is ontstaan tussen het kind en jou.
  • Besef dat het voor het kind nieuw is dat hun ouder aandacht en liefde geeft aan een andere volwassene. Vaak is het kind in het begin van de relatie bang om de aandacht en liefde van hun ouder kwijt te raken. Zorg dat er geen strijd om de aandacht uit voortkomt. Laat de biologische ouder dit regisseren.
  • Vind je je stiefkind een moeilijk kind? Bijna zeker vind het kind het dan ook moeilijk om met jou om te gaan. Dat is normaal, geef het tijd, bespreek het rustig met je partner, de ouder van het kind en heb geduld.

Geef beiden het goede voorbeeld aan het kind rond communicatie en omgaan met elkaar.