Stiefgezinnen en adolescenten
Katja (44) was er helemaal klaar voor. Ze keek uit naar de dag dat ze huis en haard zou gaan delen met Robin (49). Ze kenden elkaar inmiddels 2 jaar. Ze hadden de kinderen van Robin – Mark van 15 en Linde, 16 jaar – de tijd gegeven om aan het idee te wennen dat hun vader een nieuwe liefde had. Katja dacht dat ze een stevige band had opgebouwd met beide kinderen en dat ze hen duidelijk gemaakt had dat ze niet hun overleden moeder wilde vervangen. Noch wilde ze hen het gevoel geven dat ze een stap opzij moesten zetten voor haar. Robin had behoedzaam Katja aan zijn kinderen voorgesteld. Hij schrok best toen hij verliefd werd op haar. Marjon, de moeder van de kinderen, was inmiddels 5 jaar geleden overleden, maar toch. Hoe zou dat uitpakken? Hoe zouden zijn kinderen reageren? Maar het klikte! Hij zorgde ervoor dat hij zijn tijd goed tussen hen en Katja bleef verdelen en besprak na verloop van tijd hun plannen om te gaan samenwonen. Ze leken het ermee eens.
Mark vond het best. Hij had het druk met sport en zijn vrienden. Het ging een beetje langs hem heen. Hij genoot wel van de avonden waarop hij languit hangend voor de TV kon eten. En pap kwam per slot van rekening nog steeds naar zijn hockeywedstrijden kijken. Dat was cool! Linde vond het heerlijk voor papa. Ze vond het ook wel leuk om met Katja een keer de stad in te gaan.
Een jaar later wil Linde hals over kop gaan samenwonen met haar vriend. Ze heeft het helemaal gehad met Katja en haar gezeur over respect en regels. En Katja met haar en haar botte gedrag. Mark is weinig thuis. En áls hij er is, trekt hij zich terug op zijn kamer. Katja en Robin hebben steeds vaker ruzie. Vaak gaat het over de kinderen.
Je gaat samenwonen met je nieuwe liefde. Maar je hebt ook een adolescent die nog bij je woont. Of met je partner komen ook twee jongeren mee, met wie je het huis zal delen… Beroemd en berucht zijn de verhalen over stiefgezinnen met adolescenten. Soms hangen de problemen al in de lucht zodra de nieuwe partners elkaar leren kennen. Maar dat is lang niet altijd het geval. Vaak ziet alles er aanvankelijk veelbelovend uit maar komt er een kink in de kabel kort nadat de ouder is gaan samenwonen met de nieuwe partner of de relatie bezegeld is met een huwelijk.
Hoe komt dat toch? Hoe komt het dat deze kinderen ogenschijnlijk omslaan als een blad aan een boom? Hoe komt het dat zélfs als alles er gunstig uitzag deze stap niet zelden op een waar familiedrama uitloopt? Hoe komt het dat stiefkinderen aanvankelijk open (leken te) staan voor hun stiefouder, er zelfs leuke dingen mee ondernemen om later gigantisch in verzet te gaan?
Over dit fenomeen gaat dit artikel.
Het gaat goed!
Niet zelden verloopt de kennismaking tussen een adolescent en zijn stiefouder zeer redelijk. Het stiefkind is wat afwachtend maar toch ook nieuwsgierig naar de nieuwkomer en blij dat zijn ouder niet meer alleen is. De stiefouder zet zijn beste beentje voor. Het is niet uitzonderlijk dat stiefouder en stiefkind leuke dingen doen met elkaar. Iedereen doet zijn best om er wat van te maken en dat is zo op het eerste gezicht erg prettig en veelbelovend.
Toch ligt hierin de kiem van het probleem. Zowel de adolescent als de andere leden van een stiefgezin hebben voorheen ervaringen met verlies. Relaties zijn verbroken door scheiding of overlijden. Daardoor kunnen mensen, al dan niet openlijk, angstig zijn voor afwijzing en meer verlies. Vanuit die angst kan het zijn dat iemand, in een poging om extra verlies te vermijden, zich overmatig gaat aanpassen aan de ander om aldus die ander te plezieren en via die weg aan zich te binden.
Sommige stiefgezinnen zijn gericht op een nieuwe start en herwonnen gezelligheid en doen van daaruit hun best om heel snel een sfeer van (schijnbare) openheid, verbondenheid en harmonie scheppen. De kinderen (en niet zelden ook de (stief)ouder), doen hun best zich aan te passen. Soms gaan ze daar heel ver in. Er is dan sprake van over-aanpassing.
Een zeer ondermijnende vorm van over-aanpassing, noemen we over-exposure. Bij over-exposure stelt iemand zich als het ware bloot aan de ander. De ander komt te snel en in feite zonder echte toestemming te dicht bij. Over-exposure wordt in het contact nogal eens verward met werkelijke intimiteit en verbondenheid.
Katja vond het heerlijk om met Linde uit winkelen te gaan! Ze had het idee dat zij tweeën een soort vriendinnenband kregen. Ze voelde zich erg geflatteerd dat Linde haar dingen over haar overleden moeder vertelde. Ze probeerde hier heel zorgvuldig mee om te gaan.
Linde vond de uitjes best aardig maar ze betrapte zich er op dat ze Katja wel eens dingen vertelde die ze eigenlijk helemaal niet wilde vertellen. Waarom deed ze dat nou? Ze was papa’s nieuwe vriendin, dat wel, maar zo hecht was háár band met deze vrouw nou ook weer niet. Wat ze wel wist is dat het papa veel plezier deed dat zij en Katja het goed konden vinden met elkaar.
Het specifieke kenmerk van echte intimiteit en verbondenheid met de ander is de gerichtheid op de band met die ander omwille van die ander. Bij over-exposure ‘geeft’ iemand aan een ander wat hij of zij vraagt, bijvoorbeeld uitwisseling van vertrouwelijkheden, zónder de behoefte aan verbondenheid met die ander. Dit gedrag is gericht op schadebeperking en heeft als doel de ander tevreden houden zodat die niet wegloopt of er voor zorgt dat anderen weglopen (zoals Linde probeert Katja te plezieren om zodoende vader te plezieren zodat dié niet wegloopt). Als de ander niet in de gaten heeft dat al die vertrouwelijkheid er op gericht is dreigend verlies zoveel mogelijk te beperken, kan al gauw de illusie van vertrouwdheid ontstaan. Mensen storten zich in de relatie en creëren samen een sfeer van pseudo-intimiteit. Dat levert angstreductie op: als je doet wat de ander van je verlangt, is het risico minder groot dat je de liefde en zorg van diegene verspeelt. Mensen doen dit doorgaans niet heel bewust. Pijnlijk is dat de (stief)ouder, maar ook het stiefkind, oprecht het gevoel kunnen hebben dat er ‘een goede band’ is.
Kink in de kabel
Bij over-aanpassing en in het bijzonder over-exposure speelt dus de behoefte aan het behoud van liefde en zorg een grote rol. Die wordt in zekere mate ook verworven. Maar het daaraan verbonden prijskaartje is het verloochenen van het zelf. Bij over-aanpassing aan de ander ben je vooral gericht op wat die ander van je wil, gericht op uitzoeken hoe die ander wil dat je bent. Er wordt veel tijd en energie gestoken in uitvinden waarmee ánderen tevreden gehouden kunnen worden (en dus niet weglopen), in plaats van het uitzoeken wat passend is bij zichzelf. Dat een adolescent daarbij in de knoei kan komen, is voorspelbaar. Immers, de kernontwikkelingstaak gedurende de adolescentieperiode is ‘je eigen ik vinden’.
Linde wilde papa héél graag gelukkig zien. Ze merkte wel dat hij echt van Katja hield en ze gunde hem dit geluk van harte. Het maakte hem blij als zij het ook goed kon vinden met Katja. Thuisgekomen van de uitjes, voelde ze zich echter altijd wat opstandig en down. Ze baalde van zichzelf dan, en van Katja. Ze wist niet zo goed waarom. Ze had hoe langer hoe minder zin in die uitjes en begon uitvluchten te verzinnen.
In een tweede beweging trekken veel jongeren zich terug of gaan rebelleren. Deze tegenbeweging kan beschouwd worden als een vorm van zelfbescherming. De adolescent meet zich een houding aan van ‘kan mij het schelen’, leeft vooral op zijn eigen kamer of schopt om zich heen. Hij onttrekt zich op een of andere manier aan het contact (of tenminste aan een pósitief contact) en mist aldus de boot voor de andere belangrijke ontwikkelingstaak: vanuit zichzelf en zijn ‘uitkristalliserende ik’ opnieuw verbinding maken met belangrijke anderen.
Het begeleiden van de adolescent in zijn ontwikkelingstaak vraagt specifieke vaardigheden van zijn ouders. Dat geldt voor álle ouders van álle adolescenten. Het volbrengen van de ontwikkelingstaak kan belemmerd worden doordat de ouder niet bij machte is om zijn opvoedingsaanpak af te stemmen op de ontwikkelingsfase van het kind. Er wordt m.a.w. een niet bij de ontwikkelingsfase van de adolescent passende structuur en opvoeding aangeboden.
Ouders proberen adolescenten soms jonger te houden dan ze zijn. Als het stel van een stiefgezin gebrand is op een nieuw gezinsleven, hebben zij haast van nature gedrag dat niet past bij de biologische leeftijd van de adolescent. Hij wordt ‘ingelijfd’ in ‘het gezin’. Hoewel tegenwoordig veel mensen de valkuil van de ‘instant intimiteit’ wel degelijk kennen en er rekening mee proberen te houden, is het voor velen toch een teleurstelling dat er van een gezinsleven nauwelijks sprake blijkt in de praktijk, ondánks de zorgvuldige voorbereiding en aandacht voor de kinderen. (Stief)ouders kunnen in dit verband zelf ook kampen met over-aanpasssing. Wat te denken van de stiefmoeder die eindeloos investeert in afstemmen met haar nieuwe stiefkinderen omdat ze weet dat ze haar partner daar zo’n plezier mee doet.
Nora was de wanhoop nabij. Echt álles had ze geprobeerd om de kinderen van Stef, Marja (15) en Ronald (bijna 18) op hun gemak te stellen. Zorgvuldig had ze hun leefritme voor zichzelf in kaart gebracht en uitgepuzzeld wanneer ‘gezinsactiviteiten’ wellicht toch passend zouden zijn. Ze had veel overlegd met hen. Bijvoorbeeld rond welke tijd ze nou het beste samen warm konden eten. Stef had haar vertelt dat hij dat zo gezellig vond. Helaas, meestal aten ze met z’n vieren: zijzelf, Stef en haar kinderen: de tweeling Bas en Bob (8).
De omgekeerde en minstens even pijnlijke beweging komt ook voor: de adolescent wordt dan geacht om zo snel mogelijk volwassen te worden en wordt in feite een plek in het gezin ontzegd. Het stel wil dan vooral op zichzelf zijn. Het is helaas een bekend gegeven dat sommige (stief)ouder de betrokken kinderen (al dan niet adolescent) liever kwijt dan rijk zijn. De kinderen worden dan vooral als een last ervaren. In extreme situaties worden ze weggepest.
Van: Birgit de Cnodder
Birgit de Cnodder is GZ-psycholoog en systeemtherapeut. Ze is werkzaam bij Forint (Lentis), afdeling AFPN te Groningen en daarnaast als docent verbonden aan de huisartsopleiding van het UMCG
