Stiefvaders

Stiefvaders zijn complexe vaders.

Over stiefvaders wordt veel minder gesproken dan over stiefmoeders. Maar er zijn er veel meer.
Van de bijna 200.000 stiefgezinnen in Nederland zijn ongeveer 170.000 (85%) stiefvadergezinnen. De meeste kinderen blijven na de scheiding immers bij moeder wonen. Bijna de helft van de gescheiden moeders krijgt een nieuwe vriend die vaak stiefvader wordt. Er zijn verschillende typen stiefvaders bijvoorbeeld de ‘enkelvoudige’ stiefvader die geen eigen biologische kinderen heeft, hij vormt een minderheid. Dan de stiefvaders met biologische kinderen uit een eerdere relatie, ongeveer eenderde van alle stiefvaders. Tenslotte de stiefvaders die nog een biologisch kind krijgen in het nieuwe gezin, ook bijna eenderde. Stiefvaders zijn dus complexe vaders.
Een stiefvader komt in de eerste plaats in het eenoudergezin wonen voor moeder. Hij heeft niet de band met het kind of de kinderen die moeder heeft. De wijze waarop hij zijn stiefvaderschap vorm geeft is afhankelijk van het feit of hij zelf al kinderen heeft opgevoed en hoe zijn contact is met zijn (eventuele) eigen kinderen. Bijna eenderde van de stiefvaders heeft nog niet eerder samengewoond terwijl meer dan 10% al 2 of 3 huwelijken achter de rug heeft. Ook is belangrijk of stiefvader bereid is om, gesteund door moeder, de ouderlijke rol op zich te nemen en wat hij verwacht van het leven in het nieuwe gezin. En verder of er allerlei aanpassingen moeten plaatsvinden zoals  verhuizen of veranderen van baan. En natuurlijk speelt de persoonlijke aantrekkelijkheid van de kinderen een grote rol. Gemiddeld zijn kinderen 12 jaar als stiefvader in het gezin komt, daarvoor hebben zij ongeveer 4 jaar in een eenoudergezin gewoond.
Wat opvalt bij de statistische kenmerken van stiefvadergezinnen, is het grotere leeftijdverschil tussen de partners vergeleken met dat in eerste huwelijken. Gescheiden moeders kiezen vaak een (veel) oudere maar soms ook een (veel) jongere man. Hoe jonger de gescheiden moeder is hoe groter de kans dat zij weer gaat samenwonen of trouwen. De gemiddelde leeftijd van stiefvaders is 41 jaar.

Een goede band met stiefvader.
Na de ouderlijke scheiding is de komst van een stiefvader de tweede ‘aardverschuiving’ in het gezin. Natuurlijk moeten stiefvader en kinderen aan elkaar wennen en rustig de tijd nemen waarbij moeder de centrale rol speelt bij het ingroeien van haar nieuwe vriend in het gezin. Over het algemeen gaat het met stiefkinderen niet slechter dan met eenouderkinderen. Stiefkinderen hebben wat meer last van angst- en depressieve gevoelens, maar op school gaat het vaak weer beter. De komst van een stiefvader kan betekenen dat er meer rust en structuur komt in het gezin, bovendien wordt de financiële armslag vaak groter. In stiefvadergezinnen gaat het vaak wat beter dan in stiefmoedergezinnen. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met de rolverdeling in gezinnen waarbij (stief)vaders gemiddeld meer buitenshuis zijn dan (stief)moeders.
Uit onderzoek blijkt dat een goede band met de stiefvader voor de ontwikkeling van kinderen heel positief is. Een goede relatie met hem is zelfs nog iets belangrijker dan een goede band met de uitwonende eigen vader want een stiefvader is er elke dag. Maar een kind is het beste af met een goede verhouding met zowel de eigen vader als de stiefvader. Beide vaders hoeven zeker geen concurrenten te zijn: hoe beter de band met de ene vader hoe beter de band met de andere. Kinderen kunnen best meer dan twee ouders aan.

De juridische positie van een stiefvader.
De juridische positie van een stiefvader is niet eenvoudig. Hij heeft wel zorgplicht voor het gezin waar hij in woont maar wettelijk gezag over de kinderen heeft hij zelden. Sinds 1998 houden gescheiden ouders gezamenlijk ouderlijk gezag en in de nieuwe wet van 2009 wordt dat uitgangspunt nog eens bekrachtigd. Tilly Draaisma stelde in 2001 in haar proefschrift voor om in het nieuwe familierecht niet langer bloedverwantschap als enig leidend criterium te nemen. Zij pleitte er voor meer uit te gaan van de zorg- en verantwoordingsfunctie in het feitelijke gezin, hier dus het stiefgezin. Maar dat voorstel is niet overgenomen. Het beleid heeft een sterke voorkeur voor het behouden van het gezamenlijke gezag van de biologische ouders.

Tot slot nog een paar adviezen voor stiefvaders.
1.    Maak pas kennis met de kinderen als de relatie met moeder serieus is.
2.    Neem zelf de tijd en geef ook de kinderen de tijd om aan elkaar te wennen, kinderen hebben vaak nog een stille hoop op hereniging van hun ouders.
3.    Overleg regelmatig met je partner over hoe het gaat.
4.    Gun de kinderen de band met hun eigen vader.
5.    Erken eventuele loyaliteitsproblemen ten opzichte van eigen kinderen; praat erover.

Door Ed Spruijt. Nieuw Gezin Jaargang 9, nummer 64, maart 2009

ed spruyt 02Ed Spruijt, gezinsonderzoeker Universiteit Utrecht,
vooral geinteresseerd in de gevolgen van scheiding  – en alles wat daarna komt – voor kinderen.
Zelf ook gescheiden – gelukkig al lang geleden – en daarna met kinderen en stiefmoeder een Nieuw Gezin gevormd. Inmiddels grootvader van twee kleinkinderen, die heel vanzelfsprekend omgaan met al hun (stief)oma’s en (stief)opa’s.