Do’s en don’ts

Wat je beter wel en niet kan doen.

Wel doen

  • Communiceer open, eerlijk, tactvol en beschaafd. Kinderen doen je alles na…..
  • Geef kinderen de tijd die ze nodig hebben om te wennen aan het stiefgezin. Zet je in voor het gezin en wacht niet tot kinderen zich gaan inzetten. Jij bent de volwassene.
  • Maak als (stief)ouders samen nieuw opvoedkundig beleid. Zorg dat je het samen eens bent over nieuwe regels en laat de biologische ouder deze presenteren en opvolgen bij zijn/haar kinderen. Geef complimenten als kinderen zich eraan houden. Heb geduld, het duurt lang voor nieuwe regels automatisch gedaan worden.
  • Houd wekelijks een familieberaad. Bespreek wat goed gaat, wat beter kan en wat je graag wil. Gebruik ‘ik’zinnen als je iets wil bespreken, zoals: “ik vind dat…”, dat is beter dan: “jij doet altijd….”. Leer luisteren naar elkaar. Brainstorm met elkaar hoe je problemen gaat oplossen of hoe jullie er beter mee kunnen gaan.
  • Geef als stiefouder ruimte aan de relatie tussen biologische ouder en – kind. Als het kind merkt dat deze band er mag zijn, mag jij er als stiefouder ook zijn.
  • Maak letterlijk en figuurlijk ruimte voor weekend kinderen. Zij moeten ook merken dat ze erbij horen. Door hen een eigen plek en eigen spullen te geven, wordt dit gevoel versterkt.
  • Maak zoveel als mogelijk tijd vrij voor je kinderen en/of stiefkinderen. Doe ook eens iets alleen met een kind of stiefkind. Al deze dingen slaan ze op in hun herinnering!
  • Zorg voor een goede en liefdevolle partnerrelatie. Vergeef elkaars fouten en die van de kinderen. Zet negatieve gedachten bewust aan de kant. Doe samen leuke dingen en werk aan je relatie. Dit is erg belangrijk anders hou je het niet vol.
  • Maak elke week tijd vrij voor jezelf. Doe dan iets waar je positieve energie van krijgt.
  • Leer van conflicten en problemen, zo worden het geen ‘nachtmerries’ maar zinvolle incidenten, die verbetering hebben gebracht.
    Zoek naar wegen om herhaling van hetzelfde probleem te voorkomen.

Niet doen

  • Denken dat het allemaal wel goed zal komen omdat jullie als partners zoveel van elkaar houden. Kinderen hebben een andere insteek en moeten weer aan iets nieuws beginnen terwijl ze net hun evenwicht hadden teruggevonden.
  • In paniek raken bij problemen. In een stiefgezin is het normaal dat er conflicten zijn, vooral in de eerste jaren, maar ook later. Blijf kalm en denk nuchter na.
  • Denken dat je als stiefmoeder alleen verantwoordelijk bent voor het geluk van het gezin. Deel de verantwoordelijkheid met je partner en maak een plan ter verbetering.
  • Denken dat je als stiefvader orde op zaken moet stellen in het nieuwe gezin. Het neemt tijd voor je je gezag kunt laten gelden. Als er een vertrouwensband is gegroeid, doen kinderen makkelijker wat je wilt omdat ze je graag mogen.
  • Samen als partners ruzie maken waar de (stief)kinderen bij zijn. Als kinderen inzet zijn van de ruzie, wat vaak voorkomt, voelen ze zich schuldig. Veelvuldige ruzies veroorzaken stress.
  • De andere ouder van de kinderen of de levensstijl van deze ouder bekritiseren waar de kinderen bij zijn. Dit slaat diepe wonden bij de kinderen omdat ze ook trouw zijn aan deze ouder. Maar het slaat ook diepen wonden in jouw/jullie relatie met de kinderen
  • De kinderen vragen wat er allemaal gebeurt bij hun andere ouder. En deze informatie gebruiken om de andere ouder dwars te zitten.
    Of kinderen verbieden met hun andere ouder te praten over wat er in jullie gezin gebeurt. Kinderen varen er wel bij als ze zonder problemen heen en weer kunnen gaan tussen hun ouders.
  • Spullen van een overleden ouder zonder overleg weghalen of weggooien. Dit zijn tastbare herinneringen die kinderen, soms ook de partner van de overledene, koesteren.
  • Je druk maken over wat andere mensen misschien wel zullen denken over jou, over jullie als partners of over jullie stiefgezin. Er zijn veel belangrijker zaken.
  • Aarzelen om hulp te vragen aan familie, vrienden, lotgenoten, de Stichting Stiefgezinnen Nederland of een gespecialiseerd hulpverlener.
    Weet, dat zelfs goed lopende stiefgezinnen van tijd tot tijd nog vragen om (professionele) raad.