Liefmoeder met bonuskinderen

Voor het eerst op vakantie als alleenstaande moeder. Niet naar een villa-aan-zee in het zonnige zuiden – nee, het wordt de Noordzee dat jaar. Een natuurvriendenhuis aan zee. De eerste avond breng ik de kinders naar bed en betreedt met boek en thee de tuin. Maar lezen, daar komt het niet van: een groepje mede-alleengaanden schenkt me kordaat een wijntje in. Ademloos luister ik naar grappen en gruwelverhalen uit een wereld die de mijne niet is. Een wereld waarin (h)exen, biomoeders en KVGO’tjes (Kinderen Van Gescheiden Ouders) figureren. Ik leer een inspirerend nieuw vocabulaire die vakantie.

Kort daarna komt er een gescheiden vader voorbij in mijn leven. En nu ben ik alweer jaren stiefmoeder in een patchworkfamily. Zelf heb ik niet veel moeite met het woord stiefmoeder. Die Sneeuwwitje-en-de-boze-stiefmoederassociaties, ik heb er geen last van. Om me heen hoor ik echter veelzijdige alternatieven voor het gehate S-woord. ‘Halfmama’ bijvoorbeeld. Of ‘meemoeder’. Op Stiefmoederdag, een tweejaarlijks evenement georganiseerd door Stichting Stiefmoeders, vertelde een vrouw: ‘Ik ben een zorgvrouw voor de kinderen van mijn man. Ik ben hun moeder niet, ik zorg alleen maar voor ze. De biomam, dat is de moeder.’

Ook voor andere leden van het nieuw samengestelde gezin bestaat een complete begrippenlijst. Op de LinkedIngroep van Onze Taal stond een discussie over benamingen in het mikadogezin. Daar kwam ik de term ‘leasekinderen’ tegen – met daarbij de connotatie ‘maar aan wie kun je die kinderen dan teruggeven na een jaar of vier?’. Verder las ik de termen aanleunbroer, nabij-zusjes en liefmoeder. Ook ‘bonuskinderen’ en ‘cadeaukinderen’ werden genoemd. In een column in Trouw schreef een vrouw over haar ‘relatiegeschenk’: een kind als extraatje bij de nieuwe partner. Mooie woorden – maar niet iedereen zal de kinderen van een nieuwe partner als zo’n geschenk ervaren …

In België ijvert een groep ouders voor het vervangen van het voorvoegsel ‘stief’. Op hun site staat te lezen: ‘Wij willen aantonen dat een stiefouder geen hinderpaal is, maar een hulp bij de ontwikkeling van kinderen. Een plusouder dus.’

Mijn stief-/bonus-/extradochters zeggen gewoon Olga tegen me. Maar of ze me ook altijd als ‘plusouder’ en ‘liefmoeder’ beschouwen…? Ik doe m’n best!

 

Van 2008 tot 2013 schreef Olga Leever  columns voor Stichting Stiefmoeders. De stichting bestaat niet meer en is inmiddels gefuseerd met Nieuw Gezin. Enkele columns krijgen nu een plekje op deze website. Meer stiefmoederscolumns van Olga vind je hier.

Voor Olga is het stiefgezin inmiddels verleden tijd: sinds januari 2015 woont zij alleen met haar twee kinderen.

 

Categorieën: Weblog