Liefdevolle vriendschap

Liefdevolle vriendschap

Nog even en we staan op de camping met onze tent tussen alle andere tenten, tussen alle andere gezinnen. Die er aan de buitenkant net zo uit zien als ons stiefgezin: man, vrouw (of twee moeders of twee vaders) en hun kinderen, twee, vier soms zes. Of we hebben een huisje gehuurd, tussen andere huisjes, met net iets meer privacy. Dat kunnen we wel gebruiken want we hebben soms geen idee hoe de vakantie zal verlopen. Kunnen de kinderen van hem opschieten met  die van haar? Zal hij zich niet ergeren aan haar zoon, die luidruchtig midden in de nacht de tent in stommelt? En zal zij zich niet storen aan zijn dochter die alleen maar bij pappa wil zitten? De vakantie als ultieme test voor het welslagen van het nieuw gezin dat zo hard bezig is het kerngezin te evenaren of te imiteren.

Moet het zo? Vraag ik me af. Iedereen en alles bij elkaar opdat het maar net zo goed wordt als vroeger? Kunnen we niet iets beters verzinnen? Een alternatief dat meer vrijheid biedt en daardoor meer verbondenheid? Minder spanningen en daardoor spannender? Minder angst en zorg en daardoor meer liefde en geluk?

Toen ik 18 was las ik over het leven van Simone de Beauvoir en Sartre. Hun manier van leven leek me ideaal. Allereerst omdat ze altijd in hotels woonden. Nooit koken, nooit schoonmaken, geen rompslomp. Dus tijd en ruimte voor de liefde, voor ontmoetingen, goede gesprekken en lezen. Vooral veel lezen en schrijven. En vooral veel liefde natuurlijk. Ondertussen trouwde ik en kreeg kinderen. Ik werkte en studeerde. Ging scheiden en ontmoette een nieuwe liefde. En ik wist: het kan anders. Waar ik altijd naar verlangde, waar ik al heimwee naar had nog voordat ik het kende, bestond. Ontmoeting. Een gesprek. Een levensgesprek waarbij vragen over wat je denkt, voelt, verlangt en wat er in je leeft niet geschuwd worden. Een gesprek waarin de liefde in de ogen gezien wordt en waar eerdere en mogelijk nieuwe liefdes mogen bestaan . Niet iets waar je bang voor hoeft te zijn, of jaloers of kwaad. Maar iets wat je wilt verkennen, verdiepen en verstaan. Een volwassen liefde, noem ik dat altijd. Waarin je vrij bent en rekening houdt met de ander. Waarin je niet gebonden bent door patronen maar waar gekozen gewoontes iedere keer weer opnieuw vorm krijgen.

Als we vanuit dit perspectief onze relaties zouden kiezen hoe zou het dan gaan als we zouden scheiden? En, zouden we dan wel zo snel scheiden? Joke Hermsen, filosoof en schrijfster,  in wiens uitspraken ik veel herken, zegt in een interview in Opzij febr. 2012; “Ik begrijp niet dat in een zo door wetenschap gedomineerde samenleving als de onze, de mythe van het eeuwige huwelijk stand houdt”.  Hermsen verbaast zich erover dat het romantische huwelijk weer helemaal in is. Ik verbaas me erover dat jonge vrouwen weer massaal de naam van hun man aannemen met -als doekje voor het bloeden?-  hun eigen naam met koppelteken erachter. Hermsen zegt verder: “We weten dat mensen niet eeuwig verliefd blijven op één persoon. Waarom zou je elkaar die romances, die extra liefde niet gunnen?”  En ik denk meteen, ja graag, mooi om het zo te zien. Maar tegelijkertijd schiet als een duvel uit de doos de vraag omhoog:  maar  wil ik al die pijn wel als de persoon waar ik zo van houd opeens verliefd is op iemand anders? Als hij of zij verlangt naar een ander in plaats van naar mij? Of er komt een redelijk argument naar boven dat wellicht waar is maar evenzogoed ook onwaar kan zijn: moeten we datgene waar we in onze relatie tegenaan lopen niet juist oplossen ín onze relatie in plaats van erbuiten?  Ik lees verder in het interview met Joke Hermsen:

Er is niets wat zoveel creativiteit losmaakt als liefde en seksualiteit. Het zijn momenten waarop we door onze vastomlijnde identiteit heen breken en andere lagen in onszelf kunnen ontdekken, waardoor we kunnen groeien”. En de pijn? “Dat is zo, maar het weegt misschien wel op tegen het verdriet. Inhouden, onderdrukken en ontkennen wat je voelt, maakt verkrampte en rancuneuze mensen van ons. Dan gaan de stille verwijten ons leven bepalen”. 

 

Toen ik 22 was trouwde ik in het wit, droomde van de prins en viel van het paard. Vijftien jaar later trouwde ik opnieuw, in zwart kant en met bewustzijn voor de schaduwzijde van mezelf en manlief.

 

In tweede huwelijken zoeken kinderen en stiefkinderen hun weg dankzij en ondanks de relaties van hun ouders: vaders die een derde langdurende relatie hebben en moeders die alleen blijven. Of  moeders die de ene relatie na de andere hebben  en vaders die met een nieuwe partner zo snel mogelijk nog een kind willen. Kinderen die heen en weer gaan tussen twee huizen en door vaders anders opgevoed worden dan door moeders. En die van stiefvaders andere regels leren als van stiefmoeders.  Kinderen die verschillende vormen van opvoeding al of niet integreren en wiens familiebanden verdunnen omdat er acht opa’s en oma’s zijn, of drie stiefbroers, twee halfzussen en een zus.

Tijdens een congres poneerde ik een keer de stelling: is het goed dat we onze kinderen een stiefouder geven? Er ontstond commotie in de zaal. 60 % van de gezinnen valt immers weer uiteen? In de lezing stelde ik even later de vraag: Kan dit niet anders? Kunnen we het nieuwe gezin en de nieuwe relatie zo vorm geven dat het accent meer op de liefde ligt en daarmee minder op de problemen? Als mens hebben we de bijzondere mogelijkheid om over een toekomst na te denken die we nog niet kennen. Immanuel Kant spreekt over een punt op de horizon als een ideaal waar we naar streven. Idealen functioneren juist als idealen omdat ze ons buiten het terrein voeren dat we al kennen.  Kant’s uitspraak is nog steeds van kracht. Het zet ons aan tot nadenken over liefde en onze keuze ten aanzien van relaties. Mogen we nog uitgaan van vaste relaties of is het reëler kortdurende relaties aan te gaan voor zolang het goed voelt?  Hoe voelt dit voor de kinderen? En wat zegt het over ons verlangen naar een gelukt leven? In Opzij lees ik het begrip liefdevolle vriendschap en ik besluit Joke Hermsen te mailen met de vraag of ik haar een paar vragen kan stellen. Hier heeft zij positief op gereageerd.

 

  1. Mevrouw Hermsen, om een vechtscheiding te voorkomen is het ombuigen van een liefdesrelatie naar een liefdevolle vriendschap volgens u een mogelijkheid. Kunt u iets zeggen over deze ombuiging? Welke tips/adviezen, kunt u onze lezers geven?

 

  1. Moet een  liefdevolle vriendschap al vanaf het begin van de liefdesrelatie in beeld zijn of kunnen mensen hier naar toe groeien?

 

  1. Wat is volgens u de beste vorm voor mensen die hun kinderen samen maar toch gescheiden willen opvoeden?

 

  1. Uit onderzoek blijkt dat het voor kinderen beter is, mits de ouders geen voortdurende ruzie maken, dat ze bij elkaar blijven en gezamenlijk de opvoeding van de kinderen verzorgen. (Ed Spuijt, Universiteit van Utrecht). Is het volgens u voor kinderen net zo goed om op te groeien in twee huizen, mits in harmonie?

 

  1. Wat zou u meegeven aan jong opgroeiende kinderen als het gaat over liefde en trouw?

 

  1. Welke vraag plus antwoord zou u nog toe willen voegen die essentieel is als het gaat om een gelukt leven voor zowel kinderen als volwassenen m.b.t. de liefde en het opvoeden van kinderen?

Hartelijk dank voor uw antwoorden,

met vriendelijke groet,  Corrie Haverkort

Categorieën: standaard