Joke Hermsen en Ger Goot discussiëren over het huwelijk

 

Via de klassieke media (kranten dus) vindt een discussie over het instituut huwelijk plaats tussen twee schrijvers die beiden (niet toevallig) ook filosoof zijn. Ger Groot reageert op de alternatieven voor het klassieke huwelijksideaal die Joke Hermsen in haar meest recente boek ‘Blindgangers’ aanreikt. Groot vind dat Hermsen het huwelijk ten onrechte afserveert. In zijn artikel ‘Een goed huwelijk bestaat uit sleur’ (NRC, 18-02-12) betoogt hij dat alledaagse gewone dingen in zichzelf de moeite (en een huwelijk) waard zijn. Zwijgend naast elkaar op de bank zitten, samen televisie kijken, de zekerheid dat je avonden en weekenden samen doorbrengt, dat alles hoort bij een goed huwelijk. De irreële verwachtingen die Joke Hermsen en vele andere mensen hebben zijn volgens hem juist het probleem. Joke Hermsen reageert hierop in de NRC van 25-02-12 door een hypothetisch huwelijksverzoek van Ger Groot van een leven vol sleur -dat zich voortsleept in routine en niets opwindends of aantrekkelijks heeft af te wijzen. Daarbij betoogt ze dat ze in haar schrijven en interviews juist irreële verwachtingen in het huwelijk heeft willen aankaarten:

‘Want wat mij zorgen baart, is dit: elk jaar worden er vele tienduizenden kinderen het slachtoffer van vechtscheidingen. Hun ouders zijn vaak met te hoge verwachtingen getrouwd, waardoor ze hun woede en frustratie niet kunnen beheersen als hun relatie stuk loopt. Hoewel wij getraind zijn om op vrijwel elk gebied rationeel te handelen, lukt dit op relationeel vlak veel ex-partners juist niet. De onredelijke en niet zelden wraakzuchtige houding ten aanzien van de ex manoeuvreert kinderen echter in een uitermate ingewikkelde positie. Het ene na het andere onderzoek wijst uit dat deze kinderen vanwege die strijd en de ermee gepaard gaande loyaliteitsconflicten tal van psychische problemen krijgen. Ik wil het huwelijk niet failliet verklaren, maar wel nadenken hoe we het hoge aantal vechtscheidingen kunnen terugbrengen, waar kinderen op grote schaal het slachtoffer van worden.’

Joke Hermsen pleit voor creatieve oplossingen voor dit maatschappelijk probleem en doet zelf enkele suggesties. Zij stelt voor de huwelijkse belofte van ‘eeuwige trouw’ om te buigen naar een opvoedbelofte en een vriendschapsbelofte, waardoor kinderen ook in geval van scheiding in vertrouwen en veiligheid kunnen opgroeien. Een andere optie komt voor in haar roman ‘Blindgangers’ waarin een van de personages voorstelt om een verbintenis aan te gaan voor vijf jaar en daarna te evalueren.

Voor ouders in nieuw samengestelde gezinnen is dit een mogelijk interessante gedachtengang. De betrokken kinderen hebben al een keer een (v)echtscheiding of het verlies van een ouder meegemaakt. Het is in het belang van die kinderen dat (stief-)ouders wijze beslissingen nemen die de kansen op nieuwe problemen en teleurstellingen in de toekomst zo klein mogelijk maken. Het uitbannen van irreële verwachtingen zoals beide filosofen voorstellen lijkt daarbij helpend. Een verbintenis van vijf jaar als alternatief voor eeuwig trouw lijkt niet in het belang van de (stief-)kinderen. Wij denken dat nieuwe partners met jonge kinderen die willen gaan samenwonen op z’n minst de intentie en het vertrouwen zouden moeten hebben om samen te blijven tot de kinderen volwassen zijn. Joke Hermsen ziet een opvoedbelofte en vriendschapsbelofte als mogelijk alternatief voor de huwelijkse belofte. Wellicht zou een combinatie van huwelijks-, opvoed- en vriendschapsbelofte ook mogelijk zijn. Partners, in sommige gevallen door schade en schande wijs geworden, besluiten alvast te bespreken hoe zij om gaan met hun verantwoordelijkheid naar de kinderen als een van beiden de partnertrouw niet meer na zou willen of kunnen komen. Als ouders na scheiding vrienden kunnen blijven is gedeeld ouderschap meestal geen probleem meer. Voor stiefmoeders en stiefvaders biedt het concept opvoedbelofte nog iets anders waardevols. Gewoonlijk wordt bij het binnentreden in het leven van hun partner verwacht dat ze zich bescheiden en terughoudend opstellen naar de kinderen. Vaak ontstaat er geleidelijk toch een impliciete verwachting dat ze mede opvoeder of verzorger worden. Dan is het beter dat stiefvader en stiefmoeder ook erkend worden in de zorgtaken die ze vervullen.

Categorieën: Nieuws en pers en media